Wapens

Het Wapenmuseum is een van de oudste Luikse musea; het werd opgericht in 1885, op initiatief van de gemeentelijke autoriteiten en dankzij de eerste donatie van een lokale wapenfabrikant, Pierre-Joseph Lemille. Hiermee werd toegekomen aan de door verschillende instanties geuite wens om onze metropool te voorzien van een permanente instelling, die volledig gewijd zou zijn aan een van de meest kenmerkende industrieën van de stad: de wapenindustrie. In die tijd en lang daarvoor was Luik namelijk een van de belangrijkste steden op het gebied van de wapenindustrie op wereldniveau.

Het Wapenmuseum, dat ook vandaag nog internationaal geldt als een van de belangrijkste musea in zijn soort, was toentertijd gevestigd in het voormalig hotel Hayme de Bomal, eigendom van Lemille, tot aan de opname van het museum in het museumcomplex Grand Curtius, dat geopend werd in 2009.

De afdeling Wapens van het Grand Curtius is dus de opvolger van het Wapenmuseum. Het bergt een paar duizend vuurwapens, maar ook blanke wapens, niet alleen afkomstig uit Luik, als belangrijk productiecentrum,  maar ook uit andere gebieden wereldwijd. 

De collectie, die alle perioden uit de geschiedenis van het wapen dekt is van groot belang, zowel vanuit technisch als esthetisch oogpunt, vanwege het feit dat de collectie onder meer veel uitzonderlijke stukken bevat, een aantal meesterwerken van toegepaste kunst (graveerkunst, snijdwerkkunst, inlegkunst, …).

Met het oog op dit erfgoed van onschatbare waarde, is de afdeling Wapens van het Grand Curtius ongeveer 2 jaar geleden begonnen met een ingrijpende herziening van de presentatie van de wapens, die geleidelijk aan een plaats krijgen in het prachtige monumentale paleis, dat rond 1600 gebouwd werd door Jean Curtius, een rijke handelaar die fortuin had gemaakt in de wapen- en buskruithandel, en tevens soldaat in dienst van het Spaanse leger, wiens naam nu nog door het gebouw gedragen wordt.

De inrichting van de collectie verloopt voorspoedig. Op 20 september 2018 vond aldus op de eerste verdieping van het Grand Curtius de opening plaats van de eerste drie etappes van deze complete renovatie, namelijk de afdeling gewijd aan burgerwapens (jacht- en sportwapens) en verdedigingswapens (pistolen en revolvers), waar een zeshonderdtal opmerkelijke stukken worden getoond uit de geschiedenis van de wapenproductie van de 16de tot 21ste eeuw.

Vervolgens zullen op de tweede en derde verdieping militaire wapens en blanke wapens worden tentoongesteld, vanaf de Middeleeuwen tot nu, evenals wapens van etnologische aard. Zo zullen in de komende twee jaar tussen de twee- en drieduizend wapens een plaats vinden op de eerste drie verdiepingen van het Curtiuspaleis. Een aantal praalwapens en wapens gebruikt voor bewerking, evenals allerlei soorten machtssymbolen en insignes, vlaggen en decoraties maken het overzicht van de rijkdom en uitzonderlijke diversiteit van onze collecties compleet.

Zo ontstaat in opeenvolgende fases, in het kielzog van de historische ontwikkeling, een van de paradepaardjes van het Luikse erfgoed, dat zowel een Belgisch als een internationaal publiek zal kunnen aantrekken.

Voor het kleine verhaal ...

Een van de oudste bewaarde draaiende wapens met een datum ... 

Commentaar van de conservator

Op het eerste gezicht lijkt het misschien ingewikkeld een wapen, en vooral een vuurwapen, te beschouwen als een kunstobject, maar wanneer men nader kennis maakt met de rijkdom en de diversiteit van onze collecties, die alle perioden uit de geschiedenis van het wapen bestrijken, zal dit makkelijker te begrijpen zijn. De collectie is van groot belang, zowel vanuit technisch als esthetisch oogpunt, vanwege het feit dat de collectie onder meer veel uitzonderlijke stukken bevat, een aantal meesterwerken van toegepaste kunst (graveerkunst, snijdwerkkunst, inlegkunst, …).

De vervaardiging van wapens is een zeer gepassioneerd onderwerp. Zij, die hiervoor belangstelling hebben, weten hoe zeer. Voor anderen, kan het al snel interessant worden, want het is een zeer allomvattend gebied, dat aan de ene kant een beroep doet op intellectuele competenties (het gaat bijvoorbeeld over geschiedenis en wetenschap) en manuele vaardigheden: het vereist zeer grote bekwaamheid en een feilloze techniek, evenals een geweldige specialistische kennis.