Decoratieve kunsten

Een belangrijke datum in de geschiedenis van de collecties van onze museale instituten is zonder twijfel 4 april 1850. Met de steun van erudiete Luikenaren waaronder Albert d’Otreppe de Bouvette, Ulysse en Félix Capitaine, Edmond de Sélys-Longchamps, Charles en Joseph Grandgagnage en Charles Delsaux, werd het Luiks Archeologisch Instituut opgericht.
De uitdijende collecties, resultaat van gelukkige vondsten, significante donaties (Moxhon, Bronckaert, Granjean, Henri-Jean, Hennet...) en de depots van de Staat, werden achtereenvolgens gehuisvest in de verschillende ruimtes van het Paleis van de Prins-Bisschoppen, de Bibliotheek van de de Universiteit van Luik en tenslotte de Emulation.
Op 12 oktober 1874 wordt een eerste museum geopend in de vleugel van het Paleis van de Prins-Bisschoppen.
In 1896, besluit de Stad Luik om de collecties van het museum onder te brengen in het Maison Curtius, dat zij in 1901 heeft aangekocht. Na de voltooiing van omvangrijke renovatiewerkzaamheden, die plaatsvinden onder leiding van architect Joseph Lousberg, wordt het Maison Curtius, een ware parel van de Maaslandse architectuur, op 1 augustus 1909 geopend met de aanduiding ‘Luiks archeologisch museum’.
Op 12 februari 1903, koopt de Stad Luik, die zuinig is op haar patrimonium, het Hôtel des Comtes d’Ansembourg, de voormalige woning van Michel Willems, die tussen 1738 en 1741 gebouwd werd. De banden tussen de Stad en het Luiks Archeologisch Instituut worden nauwer: het is deze laatste die de wetenschappelijke leiding heeft over het Musée d’Ansembourg (Ansembourgmuseum).
Na een renovatie wordt op 10 juli 1905 een museum geopend dat gewijd is aan de decoratieve kunsten van de  18de eeuw.
Met het oprichten van het Musée du Verre (Glasmuseum) in 1958, gaat het museumcomplex verder onder de naam ‘Musées d’Archéologie et d’Arts décoratifs de la Ville de Liège’(‘Musea van de Archeologie en de Decoratieve kunsten van de Stad Luik’).
De collectie decoratieve kunsten van het Museum is bijzonder omvangrijk en veelzijdig. Onder de sculpturen bevinden zich mooie creaties in marmer, ivoor, albast, terracotta, steen of metaal, representatief voor het oeuvre van kunstenaars als Jean Del Cour, Jean Varin, Guillaume Evrard, Arnold de Hontoire...
De collectie goud- en zilverwerk is een van de grootste met magistrale werken als de Coupe Oranus uit 1564, de gedraaide koffiekan, in 1763 vervaardigd door Jean-Adrien Grose, de fontein met drie kranen van Jan-Theodoor van Beieren.
De objecten in aardewerk en porselein laten mooie creaties zien van Chinese, Italiaanse, Duitse, Engelse, Nederlandse (Delft), Franse (Sèvres) en Belgische (Luik, Andenne, Doornik, Brussel) makelij.

Voor het kleine verhaal ...

Deze buste vertegenwoordigt Lambert de Liverlo, kanselier van Prins-bisschop Maximiliaan-Henri van Beieren. Het wordt enigszins afgewezen, wat het imposante karakter en de aanwezigheid van dit belangrijke karakter benadrukt.

Commentaar van de conservator

In de loop van de geschiedenis is de aanvankelijke decoratieve kunstcollectie uitgebreid, via kruisbestuiving en aanwinsten, waardoor de toegepaste schone kunsten volledig tot hun recht komen. De rijkdom en diversiteit van onze collecties benadrukken het vakmanschap uit een tijdperk op zeer uiteenlopend gebied, waaronder edelsmidkunst, meubels, ceramiek, porselein, uurwerken en koperwerk...
Dit bezoek is inderdaad een reis door de tijd, oogstrelend en verhelderend.

Soo Yang Geuzaine