Coupe Oranus (Oranusbeker)

Zilveren bokaal met voet, gestampt, geciseleerd en gegraveerd, gedeeltelijk verguld en voorzien van de volgende merken: tweekoppige arend zonder millesime; GH of HG als monogram; letter L ; striche.

Vermoedelijk geschonken door de prins-bisschop Robert van Bergen (1557 - 1564) aan de schepen François d’Heure bijgenaamd Oranus (1513-1569) die het naliet aan Arnold Hocht, de echtgenoot van zijn dochter Jeanne. Vervolgens: Coll. Marie Hocht , echtgenote van Sélys (1607). Coll. de Sélys-Fanson (XVIIe-XXe eeuw). Door deze familie in 1962 nagelaten aan het Curtius museum.

De bokaal is voorzien van vele ingebeitelde motieven die in elkaar verwikkeld zijn: guirlandes, godrons, bloemen, rolornamenten, bladeren. In de platte bokaal zijn 12 zilveren keizerlijke munten gevat uit de regeringsperioden van Domitianus (81-96 AD) tot Antoninus Pius (twee munten) (138-161 AD). De oudste munt is geslagen in 85 AD en de meest recente tussen 152 en 156 AD. Daarnaast munten met beeltenissen van Trajanus (twee munten), Hadrianus (vier munten) en Faustina de Oudere, echtgenote van Antoninus Pius (drie munten).  De keuze voor deze munten lijkt niet toevallig te zijn, maar juist goed overdacht, zoals gebruikelijk was bij de collecties die door de geleerden van die tijd werden samengesteld.  

In het midden van de platte bokaal staan wapens afgebeeld, met bovenaan de kardinaalshoed, van de prins-bisschop Robert van Bergen, van wie de eerste eigenaar van de bokaal, de Luikse schepen François d’Heure - bijgenaamd Oranus - een van de vertrouwelijke raadsheren was.
De bokaal rust op een baluster steel versierd met vier vrouwenhoofden in reliëf en op een sokkel die eindigt in een ronde voet. Onder de voet is het wapen gegraveerd van de raadsheer van de Schepenen van Luik, Arnold Hocht, die stierf in 1607.

Dit zilverwerk, met als prototype de ‘tazza’ van de Italiaanse ambachtslieden, werd geschonken aan Oranus in een tijd van toename van het aantal muntencollecties en de ontwikkeling van de wetenschap van de numismatiek in het Noorden, vooral dankzij de werken van Hubert Goltzius (1526-1583), leerling van Lombard, die verhaalde van zijn bezoeken aan de collecties van Lambert Lombard, Liévin Torrentius, Carolus Langius en vooral, dat moet benadrukt worden, die van Robert van Bergen.

We weten nog steeds niet wat de naam is van de Luikse zilversmid die schuilgaat achter de initialen GH of HG poulie, die een monogram vormen. Geen enkele uit die tijd bekende naam van een edelsmid komt overeen met deze twee lettercombinaties.

Wat betreft de exacte datering van de bokaal, zou de datumletter ‘L’ opheldering moeten verschaffen, maar de interpretatie van de oudere alfabetten - die veel hiaten bevatten en afgebeeld zijn op het Luiks zilvergoed -  bevindt zich nog in de fase van plausibele veronderstellingen. We kunnen evenwel de datum 1564 voorstellen, vergezeld van ‘vermoedelijk’. Bovendien geeft deze datum geloofwaardigheid aan de overlevering, die stelt dat de bokaal als dank zou zijn geschonken door de prins-bisschop aan zijn toegewijde medewerker, of meer waarschijnlijk uit zijn naam, bij zijn ontslag uit het bisschoppelijk ambt, op 14 april 1564. Hij werd hier namelijk toe gedwongen vanwege geestelijke gezondheidsproblemen, waarvan al verontrustende tekenen te zien waren vanaf halverwege het jaar 1561.

Het is interessant om de Oranus ‘tazza’ te vergelijken met een andere meer traditionele Luikse bokaal, die in 1577 door Jean de Juncis aan het Hof van Schepenen van Luik werd geschonken, zoals te lezen is in een terzine van D. Lampson dat gegraveerd is onder de beker van dit andere zilverwerk uit de Renaissance.

Auteur
Maître orfèvre GH ou HG en monogramme
Année d'exécution
1564, legs de Sélys-Fanson au Musée Curtius (1962)
Lieu
Liège
Dimensions
Ha. : 11,2 cm diam.: 16,8 cm