Mithrische bronzen

De ‘bronzen van Angleur’ die bij toeval werden ontdekt door  steenwinners in een kleilaag, bestaan uit de technische elementen van een fontein (sleutel, buizen, afvoeren met leeuwen- en panterkoppen), decoratieve wandapplicaties en  ronde-bosse figuren.

Vijf wandapplicaties in hol gietijzer verbeelden elk een ander teken uit de dierenriem: de ram, de leeuw, de weegschaal – een naakte jonge man die tussen zijn gespreide armen een weegschaal houdt – de schorpioen en de vis. Drie andere wandornamenten, die op het moment van de vondst werden geïdentificeerd als afbeeldingen van saters, tonen de goden van de wind, ‘psychopompos’, wier functie het was om de geest van de overledenen te begeleiden in de astrale sfeer. Oorspronkelijk waren deze bebaarde en besnorde gezichten, in profiel uitgebeeld, alle voorzien van een vleugel met een opstaand randje of ingesneden gevederte. 

Twee beeldjes van jonge vrouwen (Horae) - waarvan er ongetwijfeld oorspronkelijk vier waren - gekleed in een chiton met wijde plooien, moeten de seizoenen voorstellen, als symbool voor de onvermijdelijkheid van het verstrijken van de tijd.

Deze figuren voorzien van een ijzeren bevestigingspin werden vermoedelijk opgehangen aan houten panelen die dienden ter versiering van een schrijn gewijd aan de god Mithra, een indo- Perzische god waarvan de mysteriecultus door het Romeinse leger of de handel was terechtgekomen in Gallië. Ze vertonen compositieovereenkomsten met de Mithrische bas-reliëfs uit het Rijnland (Heddernheim, Osterburken), die in schilderingen de ontstaansgeschiedenis van Mithra vertellen, evenals de belangrijkste gebeurtenissen uit zijn leven. Deze historische panelen stonden rond het belangrijkste beeld van aanbidding van het mithraeum, het beeld van de onoverwinnelijke god Mithra die een stier offert. Deze offerscène met daarboven een boogvormige fries met daarin de twaalf tekens van de dierenriem stond symbool voor de regeneratie van de natuur. De wandapplicatie met een afbeelding van Medusa, de Gorgon met de blik die in steen verandert, is een vreemd element in de mithrische iconografie. 
Een leeuw in ronde-bosse, met een meer verzorgde afwerking, maakt het decor compleet

Deze bronzen voorwerpen,  uitzonderlijk door de zeldzaamheid ervan, werden waarschijnlijk begraven in een schuilplaats als gevolg van de invallen door de Franken die plaats vonden tussen 275 en 276.

Numéro d'inventaire FLORA
GC.ARC.01e.1884.004809
Année d'exécution
Fin du 2e siècle ou début du 3e siècle après J.-C.
Lieu
Découverts à Angleur (Liège) en 1882
Dimensions
Divinité des vents I : H. 20 cm ; l. 11.5 cm ; Ep. 5 cm / Divinité des vents II : H. 22 cm ; l. 10.5 cm ; Ep. 5.5 cm / Méduse : D. 20.2 cm ; P. 1259.7 g